2011.05.21

Studeren met structuren

Leerstof wordt vaak aangeboden in een doorlopende tekst. Niet alles in deze tekst is even belangrijk. Je kan het leren eenvoudiger maken door structuur te brengen in deze tekst. In sommige handboeken merk je dat bepaalde woorden of zinnen vet of cursief gedrukt staan. Hoewel je zo al kan zien waarover de tekst gaat, weet je nog niet wat er over die woorden of zinnen gezegd wordt. Je kan beginnen onderlijnen in de tekst met verschillende kleuren, maar vaak maakt dat de tekst alleen maar onduidelijker. Besluit je toch te onderlijnen, wees dan sober: onderlijn alleen het belangrijkste en maak er geen kleurboek van.

Ik vind het beter om het anders aan te pakken. Als je de lessen van de dag verwerkt, is het een kleine moeite om de tekst reeds in een structuur te gieten. Dat kan in een schema, dat kan ook in een tekening.

Stel: In de les biologie over het zenuwstelsel heb je geleerd hoe de hersenen zijn opgebouwd. Je neemt thuis jouw nota's en handboek en maakt het volgende schema:

  • Grote hersenen
    • Twee hemisferen of hersenhelften
      • Linkerhersenhelft
        • Voorhoofdskwab
        • Wandkwab
        • Slaapkwab
        • Achterhoofdskwab
      • Rechterhersenhelft
        • Voorhoofdskwab
        • Wandkwab
        • Slaapkwab
        • Achterhoofdskwab
    • Hersenbalk = verbinding tussen de twee hersenhelften
    • Chiasma
      • Aan onderkant grote hersenen
      • Vlindervormig
      • Klier vlakbij: "Hypofyse" of "Hersenaanhangsel"
      • "Epifyse": klier boven de Hypofyse
    • Twee kleuren
      • Grijze stof
        • Buitenste laag
        • Dun
        • "Schors"
      • Witte stof
        • Binnenste deel
        • Groot
        • "Merg"
        • Heeft centrale holte: "Hersenkamer
  • Kleine hersenen
    • Onderkant van de grote hersenen
    • Grijze en witte stof
    • Veel groeven
      • Smal
      • Bijna evenwijdig
      • Grijze stof dringt diep door in witte stof: "Levensboom"
      • Voorste en achterste kwab
      • Twee hemisferen of helften
  • Verlengde merg
    • Onderaan de grote hersennen, tussen de twee hersenhelften
    • "Brug van Varol" of "Pons"
      • Verdikking bij het begin
      • Ligt onder de Hypothalamus
        • Hypothalamus verbonden door steel met Hypofyse
      • Verbinding tussen hersenen en ruggemerg
      • Grijze en witte stof afwisselend verdeeld
      • Centrale kanaal staat in verbinding met hersenamer
  • 3 hersenvliezen
    • Rond de hersenen
    • Vloeistof: "Hersenvocht"

Let wel op: deze structuur moet je achteraf kunnen omzetten in een vlotte tekst. In die tekst moeten verbanden juist worden weergegeven.

Sommige leerlingen en studenten hebben liever een tekening of visuele voorstelling van de leerstof. dit kan tegenwoordig heel eenvoudig met de techniek van het "Mindmappen". Klik hier om een voorbeeld te zien van een mindmap met dezelfde inhoud als in het schema. In zo een afbeelding kan je werken met kleuren, hoofd- en zijtakken om de inhoud visueel te structureren. Dit is vaak een goed middel voor leerlingen en studenten die zich de leerstof graag voorstellen.

Bron

GEUNS J. e.a., Macro mico in de biologie 3.Wolters Plantyn, Deurne, 1981, pp.90, ISBN 90 301 6683 5.

11:34 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: gedachtenkaart, hoger onderwijs, leerstijl, mindmap, samenvatten, secundair onderwijs, structureren | |

2009.11.15

Hoe maak ik een goed schema?

notablad met 4 kantlijnenWerken met een gedachtenkaart is niet voor iedereen weggelegd. Sommige leerlingen zijn beter af met een klassiek schema. Voor hen kunnen notabladen met 4 kantlijnen een handig hulpmiddel zijn. Je kunt deze kopen in de gespecialiseerde papierhandel, maar je kunt ze evengoed zelf maken. Of dit model afdrukken en gebruiken.

Ga als volgt te werk:

  • Schrijf bovenaan de titel van jouw schema. In het model hiernaast kun je dat doen in het grote vetomlijnde vak bovenaan.
  • Nummer de bladzijden: dat helpt je om ingewikkelde of uitgebreide schema's op volgorde te houden. In het model hiernaast kun je dat doen in het kleine vetomlijnde vak bovenaan.
  • Gebruik de eerste van de 4 kantlijnen voor de grote thema's. Vaak zijn deze geniummerd met 1 cijfer (vb.1).
  • De tweede kantlijn is bedoeld voor de onderverdeling van deze thema's in deelthema's. Deze kun je nummeren met twee cijfers, waarbij het eerste cijfer het cijfer van het thema is (vb. 1.1, 1.2, 1.3).
  • De derde kantlijn kan de deelthema's verder onderverdelen. Deze nummer je dan met drie cijfers, waarbij de eerste twee cijfers de nummering van het deelthema overnemen (vb. 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3). In niet zo moeilijke teksten kun je hier ook beginnen met de opsommingen. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.
  • De vierde kantlijn is de kantlijn waarop je de opsommingen begint. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.

2009.11.06

Hoe maak ik een gedachtenkaart?

mindmapEen mindmap - in het Nederlands een gedachtenkaart - is een middel om informatie te ordenen. De gedachtenkaart werkt echter niet voor iedereen: je moet echt visueel ingesteld zijn.

De structuur van een gedachtenkaart is steeds dezelfde: het onderwerp staat in het midden. Vandaaruit vertrekken de armen met de centrale thema's. Vanuit deze centrale thema's vertrekken dan weer andere armen, die het centrale thema verduidelijken. Wat je goed moet weten: hoe verder de takken verwijderd zijn van het onderwerp, hoe gedetailleerder de informatie is.

De volgende dingen helpen je om een goede gedachtenkaart te maken:

  • Neem een niet gelijnd blad papier en leg het met de lange kant naar beneden. Plaats het onderwerp in het midden van het blad.
  • Plaats op een gedachtenkaart niet te veel: informatie die je al 'weet' hoef je niet meer te noteren. Gebruik kernwoorden, beelden, symbolen, codes om iets weer te geven, schrijf vooral geen volledige zinnen.
  • Gebruik verschillende kleuren en verschillende lettertypes en lettergrootten in je gedachtenkaart. Wees wel consequent in het gebruik ervan.
  • Schrijf vooral duidelijk. Zet de centrale ideeën in drukletters, de daaruitvloeiende ideeën in kleine drukletters, de daaruit spruitende details in kleine letters.
  • Elk symbool, teken, woord, ... staat apart op een lijntje van dezelfde lengte. Als controle moet je alle woorden, symbolen of tekens kunnen wegdenken en dan enkel een structuur van aaneengekoppelde lijntjes overhouden. Als je alle lijntjes wegdenkt, dan moeten de sleutelwoorden logisch geordend dicht bij elkaar blijven.
  • De lijnen van een gedachtenkaart moeten in elkaar overvloeien. Je gebruikt dan ook beter gebogen takjes.
  • Alle woorden moeten vanuit dezelfde kant te lezen zijn (dus horizontaal mee met de richting van de brede kant van het blad).
  • Gebruik gemakkelijk herkenbare kleuren.
  • Teken een pijl tussen takken die met elkaar in verband staan.
  • Groepeer hoofd- en zijtakken die met elkaar verband houden in eenzelfde cirkel.

Leer eerst met de hand gedachtenkaarten  maken. Pas als je de techniek goed vast hebt, kun je overschakelen op een computerprogramma. Enkele goede gratis programma's zijn:

2009.11.01

Gedachtenkaart of schema?

klassiek schema of mindmap?Eens je de leerstof begrijpt, breng je er best structuur in. Deze structuur zal je helpen om alles beter te onthouden. Je kunt dit doen op twee verschillende manieren.

  • Je maakt een klassiek schema.
  • Je maakt een mindmap.

Je moet eerst uitzoeken welke manier het beste bij jou past. Het kan zijn dat een klassiek schema je niet ligt, maar een mindmap wel. Of andersom. Geen van beide manieren is de beste. Ook al probeert men je dat te doen geloven. In het begin maak je best verschillende keren zowel een klassiek schema als een mindmap van dezelfde leerstof. Alleen zo kom je te weten welke vorm jou het beste ligt.

In de volgende berichten gaan we in op deze twee verschillende mogelijkheden.

2008.05.11

Tip voor het afleggen van een mondeling examen

Een mondeling examen is altijd beperkt in tijd. Daarom is het van belang om de docent er zo snel mogelijk van te overtuigen dat je de leerstof kent. Begin dus bij het antwoorden van een vraag altijd eerst met een opsomming van de onderdelen waarover je het zult hebben. Zo toon je dat je weet wat je op de vraag moet antwoorden en dat je de leerstof beheerst. Werk pas daarna de verschillende onderdelen van jouw antwoord uit.

Hieruit blijkt het belang van een goed schema of een goede structuur. Als je een goed schema gemaakt hebt met titels en ondertitels, dan weet je meteen wat je moet antwoorden: in principe kan elke titel een vraag opleveren. De ondertitels zijn dan de punten die je in je antwoord moet verduidelijken. Een goede structuur van de leerstof zorgt er immers voor dat je gericht kunt antwoorden: je antwoordt dan immers niet te veel, maar ook niet te weinig.

21:40 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leertips, mondeling, structureren, schematiseren, secundair onderwijs, hoger onderwijs, examens | |

2007.09.16

Sleutelwoorden in teksten

Belangrijke woorden in een tekst zijn deze die helpen om de gedachtengang van de auteur te volgen. Een goede lezer heeft altijd aandacht voor deze woorden. Ze plaatsen de inhoud van een tekst in het juiste perspectief, leggen verbanden of geven een verduidelijking. Je kunt deze sleutelwoorden in verschillende categorieën indelen. Hieronder vind je er alvast enkele.

Woorden die een toevoeging uitdrukken:

  • en
  • ook
  • eveneens
  • daarnaast
  • verder
  • vervolgens
  • daarbij
  • daarenboven
  • ...

Woorden die een gelijkwaardigheid uitdrukken:

  • evenals
  • tegelijk
  • tegelijkertijd
  • even belangrijk
  • net als
  • zoals
  • ...

Woorden die alternatieven aanduiden:

  • of
  • ofwel
  • noch
  • anders dan
  • enerzijds
  • anderzijds
  • ...

Woorden die een herhaling inhouden:

  • opnieuw
  • terug
  • met andere woorden
  • dit is
  • dit betekent
  • om te herhalen
  • ...

Woorden die een tegenstelling of verandering uitdrukken:

  • maar
  • ondanks
  • nochtans
  • althans
  • aan de andere kant
  • in de plaats van
  • eerder dan
  • hoewel
  • niettegenstaande
  • ongeacht
  • niettemin
  • hoewel
  • in tegendeel
  • omgekeerd
  • ...

Woorden die oorzaak en gevolg uitdrukken:

  • vervolgens
  • omdat
  • volgens
  • omwille van
  • om die reden
  • aangezien
  • zo
  • dus
  • daardoor
  • daarna
  • ...

Woorden die een voorwaarde inhouden:

  • op voorwaarde dat
  • als
  • voorzien dat
  • alhoewel
  • tenzij
  • indien
  • gesteld dat
  • ...

Woorden die iets benadrukken:

  • bovenal
  • belangrijk
  • inderdaad
  • zeker en vast
  • ...

Woorden die een ordening inhouden:

  • allereerst
  • tenslotte
  • ten eerste, ten tweede, ...
  • vervolgens
  • daarna
  • als laatste
  • vorig
  • volgend
  • voordat
  • nadat
  • ...

Woorden die een samenvatting inhouden:

  • omwille daarvan
  • tot slot
  • in het kort
  • om samen te vatten
  • als besluit
  • samengevat
  • ...

Woorden die een aanname inhouden:

  • als we aanvaarden dat
  • gesteld dat
  • aangenomen dat
  • als we uitgaan van
  • veronderstellend dat
  • ...

Al deze woorden zijn eveneens belangrijk bij het samenvatten en structureren van een tekst. Ze laten je toe de ideeën van de auteur op de juiste manier in schema te brengen.

23:05 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leesstrategieen, samenvatten, structureren, schematiseren, hoger onderwijs, secundair onderwijs | |

2007.09.10

Hoe maak ik betere nota's

Op de website www.dartmouth.edu vond ik ook een artikel over het nemen van nota's voor iemand anders. Door de tips uit dit artikel te volgen help je niet alleen iemand anders, maar verbeter je ook jouw eigen vaardigheid om nota's te nemen.

De vorm:

  • Voorzie je nota's van de datum, de plaats, het onderwerp en de naam van de docent.
  • Nummer de bladzijden.
  • Gebruik donkere inkt en schrijf maar aan één zijde van het blad. De donkere inkt laat zich beter kopiëren en een blanco achterzijde kan gebruikt worden voor persoonlijke toevoegingen.
  • Schrijf net.
  • Neem nota's die volledig en duidelijk genoeg zijn om te begrijpen.
  • Gebruik gerust jouw eigen afkortingen, maar voorzie dan wel een legende op het blad (zeker als de nota's voor iemand anders bedoeld zijn).
  • Zorg dat de hoofdpunten en belangrijke ideeën uit de les goed opvallen: gebruik kleuren, kaders, symbolen, ...
  • Markeer onduidelijkheden met een omkringd vraagteken.
  • Laat voldoende witruimte over. Zo kan je de nota's later aanvullen. Scheid de hoofdideeën van elkaar door een extra witruimte.

De inhoud:

  • Neem alle bordschema's (transparanten) uit de les over.
  • Neem de inhoud van de verschillende dia's uit een presentatie over als je geen uittreksel krijgt.
  • Schrijf alles op dat herhaald of benadrukt wordt. Benadrukken kan gebeuren door de stemintonatie, gelaatsuitdrukkingen, bewegingen, herhaling, een tekening of schema, tekstverwijzingen of het gebruik van sleutelwoorden zoals tenslotte, denk eraan dat, herinner je, het belangrijkste is, ...
  • Noteer alle opsommingen, of ze nu genummerd zijn of niet.
  • Noteer alle begrippen en definities.
  • Noteer alle voorbeelden.
  • Noteer de nieuwe woorden en ideeën.
  • Noteer de verwijzingen van de docent naar het handboek: zorg ervoor dat je het juiste paginanummer overneemt.
  • Als je de spreker niet kan volgen, noteer dan voldoende bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden zodat je achteraf naar het ontbrekende kunt vragen.
  • Noteer ook de opmerkingen van andere leerlingen die door de docent aanvaard werden.

Tips bij het luisteren:

  • Luister zorgvuldig naar wat er gezegd wordt.
  • Let goed op betekenisvolle woorden zoals soms, meestal, uitzonderlijk, ...  en op woorden die een verandering inhouden: maar, nochtans, aan de andere kant, ...
  • Let op doelen en gevolgen.
  • Stel vragen tijdens de les. Als dat niet mag, noteer ze dan voor achteraf.

Tips bij het nakijken van jouw nota's:

  • Herschrijf vage of onvolledige fragmenten.
  • Vul aan met dingen uit de les die je je herinnert maar nog niet opschreef.

Bron

http://www.dartmouth.edu

21:33 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: secundair onderwijs, hoger onderwijs, noteren, structureren, samenvatten | |

2006.11.06

Notities maken bij een tekst

Om een doorlopende tekst vlotter te kunnen studeren is het soms beter om er notities bij te maken. Deze vier stappen kunnen je daar bij helpen:

  • Stap 1: Lees de tekst cursorisch door maar toch aandachtig genoeg om hem te begrijpen. Neem nog geen notities, maar probeer het geheel te verstaan. Het is aanlokkelijk om het toch te doen, maar dat is niet zo efficiënt: wellicht schrijf je te veel informatie op en ben je aan het kopiëren zonder te begrijpen.
  • Stap 2: Lees de tekst opnieuw:
    • Zoek de hoofdgedachten van de tekst en de belangrijkste bijgedachten.
    • Leg het boek even weg.
    • Verwoord nu de hoofd- en bijgedachten. Als je de informatie in je eigen woorden weergeeft, ben je er actief bij betrokken.
  • Stap 3: Zet de informatie nu op papier zoals je ze verwoord hebt:
    • Schrijf deze informatie niet letterlijk over uit het boek.
    • Voeg details toe in de mate dat je ze nodig hebt om te begrijpen.
  • Stap 4: Herlees jouw notities en vergelijk ze met de tekst. Vraag je daarbij af of je echt alles begrijpt.

Bron

http://www.studygs.net/index.htm

20:23 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: samenvatten, noteren, structureren, secundair onderwijs, hoger onderwijs | |

2006.08.19

Samenvattingen maken

Een samenvatting...

  • ... is een weergave in eigen woorden van wat essentieel is.
  • ... geeft een antwoord op de vraag: "Wat zegt de auteur hier eigenlijk?"
  • ... is het resultaat van het aandachtig "luisteren" naar de auteur.
  • ... blijft trouw aan de nadruk die de auteur legt op bepaalde feiten en aan zijn interpretatie.
  • ... is het niet oneens met en geeft geen kritiek op de overtuiging van de auteur.

Ze voegt dus geen dingen toe die niet in het werk van de auteur beschreven staan en geeft alles weer zoals het er staat. Ze blijft dus steeds neutraal en onpartijdig.

Tips om een paragraaf samen te vatten:

  • Lees de paragraaf tweemaal.
  • Zonder de kernzin af. Als deze de betekenis van de paragraaf nauwkeurig weergeeft, is dat de samenvatting.
  • Onderlijn belangrijke zinnen en zoek uit of er belangrijke verschillen of tegenstellingen zijn die de essentie van de paragraaf vormen.
  • Schrijf een eigen samenvatting die gebruik maakt van de kernzinnen en verschillen.

Tips om een eenvoudig artikel samen te vatten:

  • Vraag jezelf af waarom dit artikel geschreven is.
  • Vraag jezelf af voor welk publiek dit artikel geschreven is.
  • Kijk naar de invalshoek van de auteur. Heeft hij een speciale bedoeling of neemt  hij een bijzonder standpunt in?
  • Vergelijk de begin- en de eindparagrafen met elkaar.
  • Lees het artikel meer dan één keer.
  • Onderlijn sleutelwoorden en -zinnen of woorden en zinnen die verschillende keren herhaald worden.
  • Maak onderscheid tussen het hoofdthema en de ideeën die dit thema ondersteunen of dit thema herhalen of onder een andere vorm weergeven.
  • Maak een samenvatting van verschillende zinnen die het hoofdidee van de auteur ruim genoeg weergeeft om de inhoud van het artikel te omvatten.

Tips om een moeilijk artikel samen te vatten:

  • Lees het artikel eerst cursorisch: overloop de tussentitels en de eerste zinnen van alle paragrafen.
  • Zorg eerst dat je alle moeilijke begrippen begrijpt: gebruik daar voor een woordenboek of een lijst met vaktermen.
  • Vergelijk de begin- en eindparagrafen met elkaar.
  • Lees het artikel ten minste twee maal, liefst meer.
  • Zonder elk belangrijk idee af als je het tegenkomt in het artikel en geef het weer in een volledige zin.
  • Leg de stelling van het artikel vast in één zin.
  • Zorg dat je begrijpt hoe de ideeën in verhouding tot elkaar staan:
    • Vergelijkend?
    • Tegenstellend?
    • Oorzaak-gevolgrelatie?
    • Probleemoplossende patronen?
  • Schrijf jouw samenvatting door de redenering van de auteur uit jouw lijst van belangrijke ideeën te halen. Vestig de aandacht op relaties door gebruik te maken van woorden zoals:
    • niettemin
    • toch
    • desondanks
    • hoe dan ook
    • toch
    • echter
    • in tegenstelling tot

Bron

http://www.texas.edu

13:33 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: samenvatten, secundair onderwijs, hoger onderwijs, structureren | |