2013.10.20

Het geheugen visueel ondersteunen

Je kunt het geheugen een handje helpen door het met jouw ogen te ondersteunen. De volgende tips kunnen helpen:

  • Gebruik grafieken, tabellen en afbeeldingen uit boeken en breng ze in verband met wat je leest.
  • Maak zelf grafieken, tabellen en afbeeldingen als die er niet zijn, ook als je niet kunt tekenen. De nadruk ligt immers op de inhoud, niet op de artistieke waarde ervan.
  • Maak grappige tekeningen die een verband of een idee illustreren.
  • Gebruik de achterkant van affiches om op te schrijven of te tekenen als je moeilijke leerstof moet verwerken. Hang deze op een plaats waar je ze vaak tegenkomt.
  • Maak kleine kaartjes met belangrijke tekeningen of sleutelbegrippen. Hou ze bij en neem ze door op vrije momenten.
  • Gebruik kleuren om de leerstof een betekenis te geven:
    • een opvallende kleur voor moeilijke of gevaarlijke onderdelen.
    • verschillende kleuren voor eigen nota's of leerstof uit het handboek.
  • Maak jouw nota's ook visueel duidelijk:
    • laat veel witruimte.
    • houd samenhangende feiten ook visueel samen

Bron

http://www.dvc.edu

19:06 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: schematiseren, secundair onderwijs, hoger onderwijs | |

2009.12.05

Een gedachtenkaart studeren

hoe een gedachtenkaart studerenJe gaat bij het studeren van een mindmap bijna net zo te werk als bij het studeren van een schema:

  • Eerst studeer je de hoofdthema's. In een mindmap zijn dat de titels die bij de hoofdtakken staan. Nu weet je meteen wat de hoofdpunten zijn (A).
  • Daarna studeer je de titels die op de eerste zijtakken van de hoofdtakken staan. Nu weet je wat er voor elk hoofdpunt belangrijk is (B).
  • Als je dit goed beheerst, mag je jouw kennis verder opvullen. Van iedere zijtak leer je de titels die bij de eigen zijtakken staan.  In de meeste gevallen beheers je nu de volledige indeling van de leerstof (C).
  • Pas nu leer je de details (D).
  • Je bouwt dus eerst een kader op waarbij elke titel een kapstok is om de leerstof aan op te hangen. Daarom pleit ik er ook voor om eerst de volledige structuur van de leerstof grondig te leren (dus de takken A, B en C in de afbeelding). De details (D) leer je dan achteraf, hang je dan achteraf op aan de kapstokken die de titels je bieden. Waarom? Omdat je dan de samenhang van de opgedane kennis veel beter kunt zien. Leer je punt per punt, dan dreig je in langere teksten het overzicht te verliezen.

    2009.11.29

    Een schema studeren

    hoe een schema studerenJe begrijpt alles. Jouw schema is gemaakt. Jouw planning is opgesteld. Nu moet je alles nog leren. In deze bijdrage bekijken we hoe je leerstof kunt memoriseren van vakken zoals Geschiedenis of Aardrijkskunde. Het is belangrijk dat je je de leerstof goed gestructureerd inprent aan de hand van jouw schema.  Dit kan op de volgende manier (laten we dat voor het gemak het opvulprincipe noemen):

    • Eerst studeer je de hoofdthema's. In een schema zijn dat de titels van het niveau met één cijfer (kolom A in de afbeelding hiernaast). Nu weet je meteen wat de hoofdpunten zijn.
    • Daarna studeer je per hoofdthema de titels van het niveau met twee cijfers (kolom B in de afbeelding hiernaast). Nu weet je wat er voor elk hoofdpunt belangrijk is.
    • Als je dit goed beheerst, mag je jouw kennis verder opvullen. Van een schema leer je nu ook de verdere indeling (kolom C in de afbeelding hiernaast). In de meeste gevallen beheers je nu de volledige indeling van de leerstof.
    • Pas nu leer je de details (kolom D in het schema hiernaast).

    Je bouwt dus eerst een kader op waarbij elke titel een kapstok is om de leerstof aan op te hangen. Daarom pleit ik er ook voor om eerst de volledige structuur van de leerstof grondig te leren (dus de kolommen A, B en C in de afbeelding). De details (kolom D) leer je dan achteraf, hang je dan achteraf op aan de kapstokken die de titels je bieden. Waarom? Omdat je dan de samenhang van de opgedane kennis veel beter kunt zien. Leer je punt per punt, dan dreig je in langere teksten het overzicht te verliezen.

    2009.11.15

    Hoe maak ik een goed schema?

    notablad met 4 kantlijnenWerken met een gedachtenkaart is niet voor iedereen weggelegd. Sommige leerlingen zijn beter af met een klassiek schema. Voor hen kunnen notabladen met 4 kantlijnen een handig hulpmiddel zijn. Je kunt deze kopen in de gespecialiseerde papierhandel, maar je kunt ze evengoed zelf maken. Of dit model afdrukken en gebruiken.

    Ga als volgt te werk:

    • Schrijf bovenaan de titel van jouw schema. In het model hiernaast kun je dat doen in het grote vetomlijnde vak bovenaan.
    • Nummer de bladzijden: dat helpt je om ingewikkelde of uitgebreide schema's op volgorde te houden. In het model hiernaast kun je dat doen in het kleine vetomlijnde vak bovenaan.
    • Gebruik de eerste van de 4 kantlijnen voor de grote thema's. Vaak zijn deze geniummerd met 1 cijfer (vb.1).
    • De tweede kantlijn is bedoeld voor de onderverdeling van deze thema's in deelthema's. Deze kun je nummeren met twee cijfers, waarbij het eerste cijfer het cijfer van het thema is (vb. 1.1, 1.2, 1.3).
    • De derde kantlijn kan de deelthema's verder onderverdelen. Deze nummer je dan met drie cijfers, waarbij de eerste twee cijfers de nummering van het deelthema overnemen (vb. 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3). In niet zo moeilijke teksten kun je hier ook beginnen met de opsommingen. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.
    • De vierde kantlijn is de kantlijn waarop je de opsommingen begint. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.

    2009.11.06

    Hoe maak ik een gedachtenkaart?

    mindmapEen mindmap - in het Nederlands een gedachtenkaart - is een middel om informatie te ordenen. De gedachtenkaart werkt echter niet voor iedereen: je moet echt visueel ingesteld zijn.

    De structuur van een gedachtenkaart is steeds dezelfde: het onderwerp staat in het midden. Vandaaruit vertrekken de armen met de centrale thema's. Vanuit deze centrale thema's vertrekken dan weer andere armen, die het centrale thema verduidelijken. Wat je goed moet weten: hoe verder de takken verwijderd zijn van het onderwerp, hoe gedetailleerder de informatie is.

    De volgende dingen helpen je om een goede gedachtenkaart te maken:

    • Neem een niet gelijnd blad papier en leg het met de lange kant naar beneden. Plaats het onderwerp in het midden van het blad.
    • Plaats op een gedachtenkaart niet te veel: informatie die je al 'weet' hoef je niet meer te noteren. Gebruik kernwoorden, beelden, symbolen, codes om iets weer te geven, schrijf vooral geen volledige zinnen.
    • Gebruik verschillende kleuren en verschillende lettertypes en lettergrootten in je gedachtenkaart. Wees wel consequent in het gebruik ervan.
    • Schrijf vooral duidelijk. Zet de centrale ideeën in drukletters, de daaruitvloeiende ideeën in kleine drukletters, de daaruit spruitende details in kleine letters.
    • Elk symbool, teken, woord, ... staat apart op een lijntje van dezelfde lengte. Als controle moet je alle woorden, symbolen of tekens kunnen wegdenken en dan enkel een structuur van aaneengekoppelde lijntjes overhouden. Als je alle lijntjes wegdenkt, dan moeten de sleutelwoorden logisch geordend dicht bij elkaar blijven.
    • De lijnen van een gedachtenkaart moeten in elkaar overvloeien. Je gebruikt dan ook beter gebogen takjes.
    • Alle woorden moeten vanuit dezelfde kant te lezen zijn (dus horizontaal mee met de richting van de brede kant van het blad).
    • Gebruik gemakkelijk herkenbare kleuren.
    • Teken een pijl tussen takken die met elkaar in verband staan.
    • Groepeer hoofd- en zijtakken die met elkaar verband houden in eenzelfde cirkel.

    Leer eerst met de hand gedachtenkaarten  maken. Pas als je de techniek goed vast hebt, kun je overschakelen op een computerprogramma. Enkele goede gratis programma's zijn:

    2009.11.01

    Gedachtenkaart of schema?

    klassiek schema of mindmap?Eens je de leerstof begrijpt, breng je er best structuur in. Deze structuur zal je helpen om alles beter te onthouden. Je kunt dit doen op twee verschillende manieren.

    • Je maakt een klassiek schema.
    • Je maakt een mindmap.

    Je moet eerst uitzoeken welke manier het beste bij jou past. Het kan zijn dat een klassiek schema je niet ligt, maar een mindmap wel. Of andersom. Geen van beide manieren is de beste. Ook al probeert men je dat te doen geloven. In het begin maak je best verschillende keren zowel een klassiek schema als een mindmap van dezelfde leerstof. Alleen zo kom je te weten welke vorm jou het beste ligt.

    In de volgende berichten gaan we in op deze twee verschillende mogelijkheden.

    2008.05.11

    Tip voor het afleggen van een mondeling examen

    Een mondeling examen is altijd beperkt in tijd. Daarom is het van belang om de docent er zo snel mogelijk van te overtuigen dat je de leerstof kent. Begin dus bij het antwoorden van een vraag altijd eerst met een opsomming van de onderdelen waarover je het zult hebben. Zo toon je dat je weet wat je op de vraag moet antwoorden en dat je de leerstof beheerst. Werk pas daarna de verschillende onderdelen van jouw antwoord uit.

    Hieruit blijkt het belang van een goed schema of een goede structuur. Als je een goed schema gemaakt hebt met titels en ondertitels, dan weet je meteen wat je moet antwoorden: in principe kan elke titel een vraag opleveren. De ondertitels zijn dan de punten die je in je antwoord moet verduidelijken. Een goede structuur van de leerstof zorgt er immers voor dat je gericht kunt antwoorden: je antwoordt dan immers niet te veel, maar ook niet te weinig.

    21:40 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leertips, mondeling, structureren, schematiseren, secundair onderwijs, hoger onderwijs, examens | |

    2007.09.16

    Sleutelwoorden in teksten

    Belangrijke woorden in een tekst zijn deze die helpen om de gedachtengang van de auteur te volgen. Een goede lezer heeft altijd aandacht voor deze woorden. Ze plaatsen de inhoud van een tekst in het juiste perspectief, leggen verbanden of geven een verduidelijking. Je kunt deze sleutelwoorden in verschillende categorieën indelen. Hieronder vind je er alvast enkele.

    Woorden die een toevoeging uitdrukken:

    • en
    • ook
    • eveneens
    • daarnaast
    • verder
    • vervolgens
    • daarbij
    • daarenboven
    • ...

    Woorden die een gelijkwaardigheid uitdrukken:

    • evenals
    • tegelijk
    • tegelijkertijd
    • even belangrijk
    • net als
    • zoals
    • ...

    Woorden die alternatieven aanduiden:

    • of
    • ofwel
    • noch
    • anders dan
    • enerzijds
    • anderzijds
    • ...

    Woorden die een herhaling inhouden:

    • opnieuw
    • terug
    • met andere woorden
    • dit is
    • dit betekent
    • om te herhalen
    • ...

    Woorden die een tegenstelling of verandering uitdrukken:

    • maar
    • ondanks
    • nochtans
    • althans
    • aan de andere kant
    • in de plaats van
    • eerder dan
    • hoewel
    • niettegenstaande
    • ongeacht
    • niettemin
    • hoewel
    • in tegendeel
    • omgekeerd
    • ...

    Woorden die oorzaak en gevolg uitdrukken:

    • vervolgens
    • omdat
    • volgens
    • omwille van
    • om die reden
    • aangezien
    • zo
    • dus
    • daardoor
    • daarna
    • ...

    Woorden die een voorwaarde inhouden:

    • op voorwaarde dat
    • als
    • voorzien dat
    • alhoewel
    • tenzij
    • indien
    • gesteld dat
    • ...

    Woorden die iets benadrukken:

    • bovenal
    • belangrijk
    • inderdaad
    • zeker en vast
    • ...

    Woorden die een ordening inhouden:

    • allereerst
    • tenslotte
    • ten eerste, ten tweede, ...
    • vervolgens
    • daarna
    • als laatste
    • vorig
    • volgend
    • voordat
    • nadat
    • ...

    Woorden die een samenvatting inhouden:

    • omwille daarvan
    • tot slot
    • in het kort
    • om samen te vatten
    • als besluit
    • samengevat
    • ...

    Woorden die een aanname inhouden:

    • als we aanvaarden dat
    • gesteld dat
    • aangenomen dat
    • als we uitgaan van
    • veronderstellend dat
    • ...

    Al deze woorden zijn eveneens belangrijk bij het samenvatten en structureren van een tekst. Ze laten je toe de ideeën van de auteur op de juiste manier in schema te brengen.

    23:05 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leesstrategieen, samenvatten, structureren, schematiseren, hoger onderwijs, secundair onderwijs | |