2010.01.18

Leer uit jouw fouten

Stel dat je op alle vragen uit het berichtje van vorige week een antwoord kunt geven dat jou van alle schuld vrij pleit:

  • Je bent tijdig beginnen studeren.
  • Jouw nota's waren in orde.
  • Je wist welke leerstof je moest kennen.
  • Je hebt zowel jouw handboek als jouw nota's gestudeerd.
  • Je had op voorhand om extra uitleg gevraagd over de dingen die je minder goed of helemaal niet begreep.

Dan is het belangrijk dat je de volgende stap zet: samen met de leerkracht(en) jouw slechte examen(s) inkijken en bespreken.  Alleen zo kun je echt leren uit jouw fouten.  Wat kun je zoal uit dit gesprek leren?

  • Had je de vragen wel juist begrepen?
  • Heb je de opdracht juist geïnterpreteerd?
  • Was jouw antwoord volledig?
  • Was jouw antwoord te beknopt?
  • Was jouw antwoord te uitgebreid en heb je daardoor de essentie gemist?
  • Heb je de verkeerde oplossingsmethode gebruikt?
  • Heb je belangrijke details over het hoofd gezien?
  • Heb je de leerstof op de verkeerde manier gestudeerd?
  • ...

Elke leerkracht kan jou voor zijn vak zeker nuttige leer- en oefentips geven om het de volgende keer beter te doen. Door deze feedback ter harte te nemen kun je jezelf beter voorbereiden voor de volgende examens en toetsen

2010.01.10

Het is niet mijn schuld dat ik slechte punten heb!

Jouw examens of proefwerken eind december waren allesbehalve schitterend. Hoe kun je de schuld op de leerkracht steken? Deze uitspraken kunnen je alvast helpen:

  • Er werden vragen gesteld over leerstof die we niet gekregen hebben...
  • Er werden vragen gesteld over leerstof waarvan de leerkracht gezegd had dat we ze niet moesten kennen...
  • Er werden vragen gesteld over leerstof die niet in het handboek stond...
  • De leerkracht had de leerstof onvoldoende of te moeilijk uitgelegd...
  • Er was te veel leerstof om op één namiddag te verwerken...
  • ...

Om jezelf ervan te overtuigen dat je er helemaal niets kunt aan doen, kunnen deze uitspraken jou wellicht helpen. Alleen bieden ze nauwelijks garantie dat je het met Pasen beter gaat doen! Je komt veel verder als je aan jezelf de volgende vragen stelt en er een eerlijk antwoord op geeft.

  • Wist ik welke leerstof ik moest kennen voor het examen... ? Heb ik daar tijdig naar geïnformeerd?
  • Waren mijn nota's wel in orde zodat ik de inhoud die de leerkracht naast het handboek vertelde ook kon leren... ?
  • Heb ik zowel de leerstof uit mijn handboek als de nota's geleerd... ?
  • Heb ik de leerkracht om bijkomende uitleg gevraagd toen ik iets niet begreep?
  • Ben ik op tijd begonnen met studeren. Of heb ik het studeren uitgesteld tot de dag voor het examen?
  • ...

Het is maar wat je ermee doet. Want als je het antwoord kent op enkele van deze vragen, zal het waarschijnlijk duidelijk worden dat je wel meer kon doen of dat je het anders had kunnen aanpakken.

17:37 Gepost door Lieven Coppens in Efficiënt leren en studeren in de basis- en middenschool | Permalink | Tags: examens, secundair onderwijs, slagen, middenschool, basisonderwijs, mislukken | |

2009.12.24

Tussendoor: Minder bang voor toetsen

2009.12.05

Een gedachtenkaart studeren

hoe een gedachtenkaart studerenJe gaat bij het studeren van een mindmap bijna net zo te werk als bij het studeren van een schema:

  • Eerst studeer je de hoofdthema's. In een mindmap zijn dat de titels die bij de hoofdtakken staan. Nu weet je meteen wat de hoofdpunten zijn (A).
  • Daarna studeer je de titels die op de eerste zijtakken van de hoofdtakken staan. Nu weet je wat er voor elk hoofdpunt belangrijk is (B).
  • Als je dit goed beheerst, mag je jouw kennis verder opvullen. Van iedere zijtak leer je de titels die bij de eigen zijtakken staan.  In de meeste gevallen beheers je nu de volledige indeling van de leerstof (C).
  • Pas nu leer je de details (D).
  • Je bouwt dus eerst een kader op waarbij elke titel een kapstok is om de leerstof aan op te hangen. Daarom pleit ik er ook voor om eerst de volledige structuur van de leerstof grondig te leren (dus de takken A, B en C in de afbeelding). De details (D) leer je dan achteraf, hang je dan achteraf op aan de kapstokken die de titels je bieden. Waarom? Omdat je dan de samenhang van de opgedane kennis veel beter kunt zien. Leer je punt per punt, dan dreig je in langere teksten het overzicht te verliezen.

    2009.11.29

    Een schema studeren

    hoe een schema studerenJe begrijpt alles. Jouw schema is gemaakt. Jouw planning is opgesteld. Nu moet je alles nog leren. In deze bijdrage bekijken we hoe je leerstof kunt memoriseren van vakken zoals Geschiedenis of Aardrijkskunde. Het is belangrijk dat je je de leerstof goed gestructureerd inprent aan de hand van jouw schema.  Dit kan op de volgende manier (laten we dat voor het gemak het opvulprincipe noemen):

    • Eerst studeer je de hoofdthema's. In een schema zijn dat de titels van het niveau met één cijfer (kolom A in de afbeelding hiernaast). Nu weet je meteen wat de hoofdpunten zijn.
    • Daarna studeer je per hoofdthema de titels van het niveau met twee cijfers (kolom B in de afbeelding hiernaast). Nu weet je wat er voor elk hoofdpunt belangrijk is.
    • Als je dit goed beheerst, mag je jouw kennis verder opvullen. Van een schema leer je nu ook de verdere indeling (kolom C in de afbeelding hiernaast). In de meeste gevallen beheers je nu de volledige indeling van de leerstof.
    • Pas nu leer je de details (kolom D in het schema hiernaast).

    Je bouwt dus eerst een kader op waarbij elke titel een kapstok is om de leerstof aan op te hangen. Daarom pleit ik er ook voor om eerst de volledige structuur van de leerstof grondig te leren (dus de kolommen A, B en C in de afbeelding). De details (kolom D) leer je dan achteraf, hang je dan achteraf op aan de kapstokken die de titels je bieden. Waarom? Omdat je dan de samenhang van de opgedane kennis veel beter kunt zien. Leer je punt per punt, dan dreig je in langere teksten het overzicht te verliezen.

    2009.11.22

    Studeren moet je plannen

    studieplanningOrde en regelmaat helpen om goed te studeren. Deze orde en regelmaat bereik je het beste door een vast studieschema. Met de volgende tips kun je een realistische studieplanning maken:

    • Vertrek vanuit je lessenrooster van de school. Voeg er eerst en vooral het weekend aan toe en de avonden. Voorzie op weekdagen alvast een pauze na school, voor je verplaatsing naar huis en een vieruurtje.
    • Zet in dit weekrooster de momenten vast waarop je zeker niet kunt studeren (muziekschool, voetbal, jeugdbeweging, ...). Kleur deze momenten bijvoorbeeld in het rood.
    • Zet daarna in het weekrooster de momenten vast waarop je jouw taken zult maken en lessen zult leren. Zet deze momenten bijvoorbeeld in een groen kader. Vergeet geen tijd te reserveren in het weekend!
    • In de derde graad van het lager onderwijs voorzie je best één uur schoolwerk (lessen + taken) per dag. In de eerste graad van het secundair onderwijs mag je rekenen op twee uur per dag. Deze tijd voorzie je ook in het weekend, maar daar kan en mag je de studietijd van vrijdag, zaterdag en zondag op dezelfde dag plannen.

    18:23 Gepost door Lieven Coppens in Efficiënt leren en studeren in de basis- en middenschool | Permalink | Tags: secundair onderwijs, planning, middenschool, basisonderwijs | |

    2009.11.15

    Hoe maak ik een goed schema?

    notablad met 4 kantlijnenWerken met een gedachtenkaart is niet voor iedereen weggelegd. Sommige leerlingen zijn beter af met een klassiek schema. Voor hen kunnen notabladen met 4 kantlijnen een handig hulpmiddel zijn. Je kunt deze kopen in de gespecialiseerde papierhandel, maar je kunt ze evengoed zelf maken. Of dit model afdrukken en gebruiken.

    Ga als volgt te werk:

    • Schrijf bovenaan de titel van jouw schema. In het model hiernaast kun je dat doen in het grote vetomlijnde vak bovenaan.
    • Nummer de bladzijden: dat helpt je om ingewikkelde of uitgebreide schema's op volgorde te houden. In het model hiernaast kun je dat doen in het kleine vetomlijnde vak bovenaan.
    • Gebruik de eerste van de 4 kantlijnen voor de grote thema's. Vaak zijn deze geniummerd met 1 cijfer (vb.1).
    • De tweede kantlijn is bedoeld voor de onderverdeling van deze thema's in deelthema's. Deze kun je nummeren met twee cijfers, waarbij het eerste cijfer het cijfer van het thema is (vb. 1.1, 1.2, 1.3).
    • De derde kantlijn kan de deelthema's verder onderverdelen. Deze nummer je dan met drie cijfers, waarbij de eerste twee cijfers de nummering van het deelthema overnemen (vb. 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3). In niet zo moeilijke teksten kun je hier ook beginnen met de opsommingen. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.
    • De vierde kantlijn is de kantlijn waarop je de opsommingen begint. In gedrukte teksten zijn dat vaak de woorden die onderlijnd, schuin- of vetgedrukt zijn. Bij deze opsommingen is het belangrijk te noteren of het gaat over EN-opsommingen of OF-opsommingen.

    2009.11.06

    Hoe maak ik een gedachtenkaart?

    mindmapEen mindmap - in het Nederlands een gedachtenkaart - is een middel om informatie te ordenen. De gedachtenkaart werkt echter niet voor iedereen: je moet echt visueel ingesteld zijn.

    De structuur van een gedachtenkaart is steeds dezelfde: het onderwerp staat in het midden. Vandaaruit vertrekken de armen met de centrale thema's. Vanuit deze centrale thema's vertrekken dan weer andere armen, die het centrale thema verduidelijken. Wat je goed moet weten: hoe verder de takken verwijderd zijn van het onderwerp, hoe gedetailleerder de informatie is.

    De volgende dingen helpen je om een goede gedachtenkaart te maken:

    • Neem een niet gelijnd blad papier en leg het met de lange kant naar beneden. Plaats het onderwerp in het midden van het blad.
    • Plaats op een gedachtenkaart niet te veel: informatie die je al 'weet' hoef je niet meer te noteren. Gebruik kernwoorden, beelden, symbolen, codes om iets weer te geven, schrijf vooral geen volledige zinnen.
    • Gebruik verschillende kleuren en verschillende lettertypes en lettergrootten in je gedachtenkaart. Wees wel consequent in het gebruik ervan.
    • Schrijf vooral duidelijk. Zet de centrale ideeën in drukletters, de daaruitvloeiende ideeën in kleine drukletters, de daaruit spruitende details in kleine letters.
    • Elk symbool, teken, woord, ... staat apart op een lijntje van dezelfde lengte. Als controle moet je alle woorden, symbolen of tekens kunnen wegdenken en dan enkel een structuur van aaneengekoppelde lijntjes overhouden. Als je alle lijntjes wegdenkt, dan moeten de sleutelwoorden logisch geordend dicht bij elkaar blijven.
    • De lijnen van een gedachtenkaart moeten in elkaar overvloeien. Je gebruikt dan ook beter gebogen takjes.
    • Alle woorden moeten vanuit dezelfde kant te lezen zijn (dus horizontaal mee met de richting van de brede kant van het blad).
    • Gebruik gemakkelijk herkenbare kleuren.
    • Teken een pijl tussen takken die met elkaar in verband staan.
    • Groepeer hoofd- en zijtakken die met elkaar verband houden in eenzelfde cirkel.

    Leer eerst met de hand gedachtenkaarten  maken. Pas als je de techniek goed vast hebt, kun je overschakelen op een computerprogramma. Enkele goede gratis programma's zijn:

    2009.11.01

    Gedachtenkaart of schema?

    klassiek schema of mindmap?Eens je de leerstof begrijpt, breng je er best structuur in. Deze structuur zal je helpen om alles beter te onthouden. Je kunt dit doen op twee verschillende manieren.

    • Je maakt een klassiek schema.
    • Je maakt een mindmap.

    Je moet eerst uitzoeken welke manier het beste bij jou past. Het kan zijn dat een klassiek schema je niet ligt, maar een mindmap wel. Of andersom. Geen van beide manieren is de beste. Ook al probeert men je dat te doen geloven. In het begin maak je best verschillende keren zowel een klassiek schema als een mindmap van dezelfde leerstof. Alleen zo kom je te weten welke vorm jou het beste ligt.

    In de volgende berichten gaan we in op deze twee verschillende mogelijkheden.

    2009.10.25

    Weet waar je mee bezig bent

    begrijp ik wat ik leer?Wil je zeker zijn dat je de leerstof goed begrijpt? Stel jezelf dan vooraf deze vragen zodat je weet waar je moet op letten eens je bezig bent met studeren:

    • Over wie/wat gaat het?
      • Wat is het onderwerp?
      • Wat zijn de thema's?
    • Wat weet ik al?
      • Wat heb ik vroeger al geleerd?
      • Wat is het verband?
    • Hoe zit het in elkaar?
      • Kan ik met eigen woorden vertellen waarover het gaat?
      • Kan ik een juiste samenvatting geven?
      • Kan ik een juist verslag opmaken?
    • Waar moet ik het situeren?
      • Welke plaats?
      • Welk vak?
      • Welk vakgebied?
    • Wanneer moet ik het situeren?
      • Welke tijd?
      • Welke fase van het proces?
    • Wat weet ik nu meer?
      • Wat is nieuwe kennis?
      • Wat weet ik nu anders?
    • Waarom wil ik dat weten?
      • Wat is het belang van deze kennis?
      • Wat kan ik er nu verder mee doen?
      • Wat is de meerwaarde?

    Als je na het studeren op al deze vragen kunt antwoorden, dan heb je heel grondig gestudeerd. Je kunt er dan van op aan dat je de leerstof ook begrijpt.

    19:26 Gepost door Lieven Coppens in Efficiënt leren en studeren in de basis- en middenschool | Permalink | Tags: begrijpen, secundair onderwijs, middenschool, basisonderwijs | |