2013.03.23

Kritisch lezen? Hoe doe je dat?

Kritisch lezen is zeer belangrijk bij het verwerken van nieuwe informatie. Niet alles wat geschreven wordt is zonder meer waard. Hou dan ook de volgende vragen in jouw achterhoofd terwijl je leest:

  • Wat is het onderwerp van de tekst? Welke problemen worden er besproken?
  • Welk antwoord formuleert de auteur op de verschillende problemen?
  • Wat is de bewijsvoering voor de stellingen of conclusies van de auteur? Gebruikt hij feiten, theorieën, meningen of overtuigingen?
    • Een feit kan bewezen worden.
    • Een theorie moet nog bewezen worden.
    • Een mening is al dan niet gebaseerd op een betrouwbare redenering.
    • Een overtuiging kan door haar aard nooit bewezen worden.
  • Gebruikt de auteur neutrale of emotionele woorden? Een kritische lezer leest tussen de regels om te zien of de aangehaalde redenen zuiver zijn.
  • Wees er voor jezelf van bewust waarom je de argument van de auteur aanvaardt of verwerpt.

Een kritische lezer...

  • ... blijft eerlijk met zichzelf
  • ... laat zich niet manipuleren
  • ...overwint verwarring
  • ...stelt zich vragen
  • ... baseert zijn oordeel op bewijzen
  • ... zoekt naar verbanden tussen de verschillende onderwerpen
  • ... denkt zelf en laat niet voor zich denken

Bron

http://www.studygs.net/index.htm

17:42 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: hoger onderwijs, leesstrategieen, secundair onderwijs | |

2013.03.09

Studerend lezen kun je leren: SQ3R

SQ3R is een methode waarmee je kan leren om studerend te lezen. De afkorting is afkomstig uit het Engels en staat voor Survey! Question! Read! Recite! Review! In het Nederlands klinkt het als Overzie! Vraag! Lees! Verwoord! Herhaal!

Survey: Overzie het artikel voor je begint te lezen: 

  • Bekijk de hoofd- en bijtitels.
  • Lees de bijschriften bij de afbeeldingen.
  • Bekijk de vragen of de studiegids van de leerkracht.
  • Lees de inleidende én de slotparagraaf.
  • Indien aanwezig: bekijk de samenvatting van het artikel.

Question: Stel vragen op terwijl je het artikel overziet:

  • Vorm de hoofd- en bijtitels om tot vragen.
  • Lees de vragen aan het eind van het artikel of aan het eind van elk onderdeel (als die er zijn).
  • Denk aan hetgeen de leerkracht reeds vertelde over het onderwerp.
  • Lijst op wat je zelf al weet over dit onderwerp.
Het kan je helpen om deze dingen op te schrijven om ze later opnieuw te kunnen bekijken. Deze variatie heet dan de SQW3R-methode waarbij de W staat voor Write.

Read: Hou met de volgende dingen rekening terwijl je leest:

  • Zoek antwoorden op de vragen die voordien bij je opkwamen.
  • Stel jezelf vragen bij het begin en einde van elk onderdeel.
  • Herlees de bijschriften bij de afbeeldingen.
  • Schenk aandacht aan alle woorden en zinnen die onderlijnd, gecursiveerd of in het vet zijn afgedrukt.
  • Bestudeer ook grafische hulpmiddelen zoals tabellen, schema's...
  • Lees trager bij moeilijke passages uit de tekst.
  • Stop en herlees stukken die je niet begrijpt.
  • Lees elk deel afzonderlijk en herhaal het daarna.

Recite: Verwoord na elk deel wat je gelezen hebt:

  • Ondervraag jezelf mondeling over wat je gelezen hebt. Vat het in jouw eigen woorden samen.
  • Neem nota's in jouw eigen woorden.
  • Onderlijn of markeer belangrijke punten die je las.
  • Gebruik een manier om te herhalen die het beste past bij jouw persoonlijke leerstijl. Denk eraan dat je beter onthoudt naarmate je meer zintuigen gebruikt. Anders gezegd:
    • Leren met drievoudige sterkte = zien + zeggen + horen.
    • Leren met viervoudige sterkte = zien + zeggen + horen + schrijven.

Review: Het cyclisch proces van het herhalen:

De eerste dag:
  • Als je het volledige artikel gelezen hebt, schrijf dan vragen in de marge over de punten die je onderstreept of gemarkeerd hebt.
  • Als je nota's nam tijdens het verwoorden, schrijf dan vragen bij die nota's in de marge van je notablad.

De tweede dag:

  • Blader door de tekst en jouw nota's om je opnieuw vertrouwd te maken met de belangrijkste punten.
  • Probeer de vragen die je neerschreef in de marge te beantwoorden zonder naar de tekst of jouw nota's te kijken.
  • Tracht jezelf alle vragen die je neerschreef te herinneren zonder naar de tekst te kijken en beantwoord ze mondeling.
  • Maak flitskaarten van de moeilijke vragen.
  • Gebruik mnemotechnische (geheugensteunende) middeltjes voor leerstof die je uit het hoofd moet leren.

De derde, vierde en vijfde dag:

  • Gebruik afwisselend jouw flitskaarten en nota's en beantwoord telkens (mondeling of schriftelijk) de vragen die je voordien opstelde.
  • Indien noodzakelijk: maak flitskaartjes bij.

Het weekend

  • Maak een inhoudstafel waarin alles staat dat je moet onthouden.
  • Maak van deze inhoudstafel een schema, mindmap, ...
  • Verwoord alles van dit schema in jouw eigen woorden.

Bron

http://www.studygs.net/texred2.htm

15:01 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: hoger onderwijs, leerstrategieen, leesstrategieen, methodiek, secundair onderwijs, sq3r, studieaanpak | |

2012.10.21

Bezint eer ge begint... maar ook erna!

Teksten, verhandelingen, eindwerken, ..., lees ze grondig na van zodra ze uitgeschreven zijn. Het gebruik van de spellingcontrole op de computer is daarvoor niet voldoende. Ze moeten nagelezen worden. Bij voorkeur meerdere malen. Je doet dat meestal zelf, maar dat systeem is niet zo sluitend: je leest veel gemakkelijker over jouw eigen fouten heen dan over deze van iemand anders. Je weet immers wat je bedoelde te schrijven. Je laat een tekst beter nog eens extra nalezen door iemand anders. Als je dan toch jouw eigen nalezer moet zijn, kunnen deze tips je helpen:

  • Ontwikkel een gezonde mate van twijfel. Als je weet welke fouten je geregeld maakt, kijk deze dan nog eens extra na.
  • Lees traag, woord voor woord. Het lezen van volledige zinnen is veel minder nauwkeurig.
  • Indien mogelijk: lees luidop. Soms hoor je dan dat er een woord niet klopt in de zin. Of dat er een woord ontbreekt. Of dat er een woord compleet overbodig is.
  • Lees na met een specifiek probleem voor ogen. Controleer bijvoorbeeld alle werkwoordsvormen in een afzonderlijke naleesbeurt.
  • Lees de tekst alsof je de inhoud niet kent. Ga er nooit van uit dat er staat wat je bedoelde te schrijven. Met andere woorden: veronderstel niet, controleer.
  • Lees de tekst verschillende keren na, op verschillende momenten.

Bron

http://www.ucc.vt.edu

21:18 Gepost door Lieven Coppens in Efficiënt leren en studeren in de basis- en middenschool | Permalink | Tags: hoger onderwijs, leesstrategieen, nalezen, secundair onderwijs | |

2007.09.16

Sleutelwoorden in teksten

Belangrijke woorden in een tekst zijn deze die helpen om de gedachtengang van de auteur te volgen. Een goede lezer heeft altijd aandacht voor deze woorden. Ze plaatsen de inhoud van een tekst in het juiste perspectief, leggen verbanden of geven een verduidelijking. Je kunt deze sleutelwoorden in verschillende categorieën indelen. Hieronder vind je er alvast enkele.

Woorden die een toevoeging uitdrukken:

  • en
  • ook
  • eveneens
  • daarnaast
  • verder
  • vervolgens
  • daarbij
  • daarenboven
  • ...

Woorden die een gelijkwaardigheid uitdrukken:

  • evenals
  • tegelijk
  • tegelijkertijd
  • even belangrijk
  • net als
  • zoals
  • ...

Woorden die alternatieven aanduiden:

  • of
  • ofwel
  • noch
  • anders dan
  • enerzijds
  • anderzijds
  • ...

Woorden die een herhaling inhouden:

  • opnieuw
  • terug
  • met andere woorden
  • dit is
  • dit betekent
  • om te herhalen
  • ...

Woorden die een tegenstelling of verandering uitdrukken:

  • maar
  • ondanks
  • nochtans
  • althans
  • aan de andere kant
  • in de plaats van
  • eerder dan
  • hoewel
  • niettegenstaande
  • ongeacht
  • niettemin
  • hoewel
  • in tegendeel
  • omgekeerd
  • ...

Woorden die oorzaak en gevolg uitdrukken:

  • vervolgens
  • omdat
  • volgens
  • omwille van
  • om die reden
  • aangezien
  • zo
  • dus
  • daardoor
  • daarna
  • ...

Woorden die een voorwaarde inhouden:

  • op voorwaarde dat
  • als
  • voorzien dat
  • alhoewel
  • tenzij
  • indien
  • gesteld dat
  • ...

Woorden die iets benadrukken:

  • bovenal
  • belangrijk
  • inderdaad
  • zeker en vast
  • ...

Woorden die een ordening inhouden:

  • allereerst
  • tenslotte
  • ten eerste, ten tweede, ...
  • vervolgens
  • daarna
  • als laatste
  • vorig
  • volgend
  • voordat
  • nadat
  • ...

Woorden die een samenvatting inhouden:

  • omwille daarvan
  • tot slot
  • in het kort
  • om samen te vatten
  • als besluit
  • samengevat
  • ...

Woorden die een aanname inhouden:

  • als we aanvaarden dat
  • gesteld dat
  • aangenomen dat
  • als we uitgaan van
  • veronderstellend dat
  • ...

Al deze woorden zijn eveneens belangrijk bij het samenvatten en structureren van een tekst. Ze laten je toe de ideeën van de auteur op de juiste manier in schema te brengen.

23:05 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leesstrategieen, samenvatten, structureren, schematiseren, hoger onderwijs, secundair onderwijs | |

2007.08.18

Ken alles!

De Britse website Know it All bevat heel wat tips voor studenten. Ze werd gemaakt door de North West Learning Grid. Dit is een groep van negentien plaatselijke Britse onderwijsdeskundigen die samenwerkt om het leren te verbeteren en te ondersteunen door middel van de laatste nieuwe ICT-middelen. Hun hoofddoel is het verstrekken van elektronische leerinhouden.

Deze website draait rond vijf hoofdstukken:

  • Hoe leren we?
  • Herhaling van leerstof.
  • Examens afleggen.
  • Studievaardigheden.
  • Persoonlijke vaardigheden.

Het eerste hoofdstuk, How we learn, is een multimediapresentatie die je een inzicht geeft in de manier waarop we leren.

Het tweede hoofdstuk, Revision,  heeft het over het herhalen van de leerstof. Aan bod komen tips rond planning, herhalingstechnieken, het uitkiezen van leerstof die moet herhaald worden en dergelijke meer.

Het derde hoofdstuk, exams, heeft het ondermeer over examentechnieken, het analyseren van vragen en veelvoorkomende problemen bij het afleggen van examens.

Het vierde hoofdstuk, study skills, heeft het over verschillende vaardigheden. Aan bod komen de leesvaardigheden, het noteren, de schrijfvaardigheden, planning en de denkvaardigheden.

Het vijfde hoofdstuk, personal skills, gaat dieper in op persoonlijke vaardigheden zoals zelfvertrouwen, het hanteren van stress, geheugenvaardigheden en tips om niet zenuwachtig te zijn.

Bron

http://www.nwlg.org/pages/resources/knowitall/index.htm

17:56 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: secundair onderwijs, hoger onderwijs, examens, herhalen, leesstrategieen, sq3r, noteren, samenvatten, plannen, tijdsbeheer, denkstrategieen, geheugen | |

2007.02.11

Hoe leid ik de betekenis van woorden af uit een tekst?

Studieteksten bevatten vaak moeilijke woorden. Soms kun je de betekenis ervan gewoon afleiden uit de tekst. Je kunt je dan de tijd besparen om ze op te zoeken in een woordenboek.

Door op de volgende dingen te letten, kun je de betekenis van sommige woorden in de tekst zelf terugvinden.

  • Grafische tekens:
    • Tekst tussen gedachtenstrepen: vb. Origami - een Japanse techniek om papier te vouwen - is leuk.
    • Tekst tussen haakjes: vb. Ecologie (de wetenschap van de omgeving), is een snel groeiende wetenschap.
    • Tekst tussen komma's: vb. Fibrine, elastische proteïnedraden, helpt bloed om te stollen.
  • Hulpwoorden en -zinnen:
    • "Het is te zeggen...": vb. Els was van streek; het is te zeggen: ze was erg gestoord door de uitlatingen van haar zus.
    • "Wordt genoemd...": vb. Een computerschijf die meer gegevens kan bevatten dan een gewonen diskette wordt een zip-drive genoemd.
  • Woorden en zinnen die het tegengestelde betekenen zoals "kan niet", "niet", "maar", "alhoewel", "anderzijds", ...: vb. Ouders die hun kinderen om het minste straffen, kun je niet tolerant noemen.
  • Eigen ervaring: vb. "Els bedekte haar oren tegen de kakafonie van geluiden..." Als je jouw oren bedekt, is dat meestal omdat er teveel lawaai is.
  • Zinnen voor of na een onbekend woord: vb. "Mozart gaf zijn eerste openbare voorstelling toen hij zes jaar was. Toen hij dertien was, had hij symfonieën en een operette geschreven, een opmerkelijke prestatie. Hij wordt terecht een wonderkind genoemd." Het woord "wonderkind" wordt hier verklaard door de "opmerkelijke prestatie" uit de vorige zin.
  • Sommige zinnen geven een voorbeeld: vb. "Kies een periodiek uit het volgende lijstje: Knack, Trends, Story..." Uit de namen die gegeven worden, kun je afleiden dat het over tijdschriften gaat.
  • Sommige zinnen gebruiken een woord dat je kent om een woord dat je niet kent uit te leggen: vb. Een formidabele vijand is een vijand die je moet vrezen.

Bron

http://www.dvc.edu

19:22 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: leesstrategieen, basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs | |