2011.05.29

Huiswerkbegeleiding of huiswerkoorlog

Huiswerk is vaak niet alleen voor kinderen met leermoeilijkheden een hele opgave. Ook voor de ouders van deze kinderen is het huiswerkmoment vaak het lastigste moment van de dag. Een moment dat af en toe eindigt in emotionele uitbarstingen of hoogoplopende ruzies. Deze tips kunnen alvast helpen om de druk een beetje van de ketel te laten.

  • Zorg voor het juiste klimaat.Het is belangrijk dat alle huisgenoten het belang van het huiswerk erkennen. Stel een aantal regels op waardoor je de afleidingen voor het kind tot een minimum beperkt.:
    • Geen bezoek van vrienden tot na het huiswerkmoment (stel een uur vast waarna het wel kan!)
    • Radio en televisie uit of op een laag volume...
    • Laat verschillende kinderen hun huiswerk indien mogelijk op hetzelfde moment maken...
  • Spreek duidelijk af wie het huiswerk zal begeleiden. Jouw stemming alleen al kan bepalen hoe geduldig je met jouw kind omgaat. Niet iedereen heeft de vereiste eigenschappen om elke dag opnieuw geduldig, eerlijk, flexibel of objectief met het kind om te gaan. Je bepaalt best vooraf wie het kind gaat helpen. Ook oudere broers of zussen kunnen hierbij eventueel inspringen.
  • Zorg voor een duidelijke routine. Bepaal een vast moment en een vaste plaats voor het huiswerk. Ga na wat het kind al zelfstandig kan en waarbij het hulp nodig heeft. Ga hierbij uit van de draagkracht van jouw kind. Als ouder weet je heel goed welke situaties jouw kind al aankan.
  • Zorg voor een aantal succeservaringen aan het begin van het huiswerkmoment. Hierdoor krijgt het kind wat vertrouwen erbij en is het waarschijnlijk meer geneigd om ook de moeilijker opgaven aan te vatten. Deel moeilijker opgaven op in verschillende deeltaken. Jouw kind kan er waarschijnlijk al een aantal wel. Hierdoor wordt de moeilijke opgave overzichtelijk.
  • Toon dat je elk antwoord ziet als het resultaat van een inspanning. Een lange dag op school, te weinig geslapen hebben, je ziek voelen, het kan allemaal het niveau van presteren beïnvloeden. Een kleine hulp zoals het voorlezen van de huiswerkopdracht of samen met het kind de taak oplossen levert meestal meer op dan het kind te straffen.
  • Zorg voor positieve opmerkingen tijdens het huiswerk. Opmerkingen als 'Als je niet kunt vermenigvuldigen mag je niet naar het volgende leerjaar' zijn meestal niet van die aard om het huiswerk succesvol af te werken. Opmerkingen als 'Ik ben blij dat je blijft proberen ook al is het moeilijk' zijn dat wel.

Bron:

http://specialed.about.com/cs/learningdisabled/a/homework...

19:07 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: basisonderwijs, huiswerk, huiswerkbegeleiding, secundair onderwijs | |

2011.05.21

Studeren met structuren

Leerstof wordt vaak aangeboden in een doorlopende tekst. Niet alles in deze tekst is even belangrijk. Je kan het leren eenvoudiger maken door structuur te brengen in deze tekst. In sommige handboeken merk je dat bepaalde woorden of zinnen vet of cursief gedrukt staan. Hoewel je zo al kan zien waarover de tekst gaat, weet je nog niet wat er over die woorden of zinnen gezegd wordt. Je kan beginnen onderlijnen in de tekst met verschillende kleuren, maar vaak maakt dat de tekst alleen maar onduidelijker. Besluit je toch te onderlijnen, wees dan sober: onderlijn alleen het belangrijkste en maak er geen kleurboek van.

Ik vind het beter om het anders aan te pakken. Als je de lessen van de dag verwerkt, is het een kleine moeite om de tekst reeds in een structuur te gieten. Dat kan in een schema, dat kan ook in een tekening.

Stel: In de les biologie over het zenuwstelsel heb je geleerd hoe de hersenen zijn opgebouwd. Je neemt thuis jouw nota's en handboek en maakt het volgende schema:

  • Grote hersenen
    • Twee hemisferen of hersenhelften
      • Linkerhersenhelft
        • Voorhoofdskwab
        • Wandkwab
        • Slaapkwab
        • Achterhoofdskwab
      • Rechterhersenhelft
        • Voorhoofdskwab
        • Wandkwab
        • Slaapkwab
        • Achterhoofdskwab
    • Hersenbalk = verbinding tussen de twee hersenhelften
    • Chiasma
      • Aan onderkant grote hersenen
      • Vlindervormig
      • Klier vlakbij: "Hypofyse" of "Hersenaanhangsel"
      • "Epifyse": klier boven de Hypofyse
    • Twee kleuren
      • Grijze stof
        • Buitenste laag
        • Dun
        • "Schors"
      • Witte stof
        • Binnenste deel
        • Groot
        • "Merg"
        • Heeft centrale holte: "Hersenkamer
  • Kleine hersenen
    • Onderkant van de grote hersenen
    • Grijze en witte stof
    • Veel groeven
      • Smal
      • Bijna evenwijdig
      • Grijze stof dringt diep door in witte stof: "Levensboom"
      • Voorste en achterste kwab
      • Twee hemisferen of helften
  • Verlengde merg
    • Onderaan de grote hersennen, tussen de twee hersenhelften
    • "Brug van Varol" of "Pons"
      • Verdikking bij het begin
      • Ligt onder de Hypothalamus
        • Hypothalamus verbonden door steel met Hypofyse
      • Verbinding tussen hersenen en ruggemerg
      • Grijze en witte stof afwisselend verdeeld
      • Centrale kanaal staat in verbinding met hersenamer
  • 3 hersenvliezen
    • Rond de hersenen
    • Vloeistof: "Hersenvocht"

Let wel op: deze structuur moet je achteraf kunnen omzetten in een vlotte tekst. In die tekst moeten verbanden juist worden weergegeven.

Sommige leerlingen en studenten hebben liever een tekening of visuele voorstelling van de leerstof. dit kan tegenwoordig heel eenvoudig met de techniek van het "Mindmappen". Klik hier om een voorbeeld te zien van een mindmap met dezelfde inhoud als in het schema. In zo een afbeelding kan je werken met kleuren, hoofd- en zijtakken om de inhoud visueel te structureren. Dit is vaak een goed middel voor leerlingen en studenten die zich de leerstof graag voorstellen.

Bron

GEUNS J. e.a., Macro mico in de biologie 3.Wolters Plantyn, Deurne, 1981, pp.90, ISBN 90 301 6683 5.

11:34 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: gedachtenkaart, hoger onderwijs, leerstijl, mindmap, samenvatten, secundair onderwijs, structureren | |

2011.05.14

Zittenblijven: de pijn rendeert niet

Dit artikel verscheen in Klasse voor leerkrachten nummer 214. Ik zocht voor jullie de achtergrond van dit artikel op en de referenties van dat nieuwe onderzoek. Heel nuttige extra informatie vind je alvast op deze website en in de volgende presentaties die ik vond op www.steunpuntloopbanen.be:

Op basis van mijn naspeuringswerk wil ik toch enkele nuancerende opmerkingen bij dit artikel maken. Waarom, omdat de auteur van dit artikel hier en daar wat te kort door de bocht is gegaan.

Eerst en vooral het besluit dat de auteur trekt uit het aangehaalde artikel van Mieke Goos, Jan Van Damme en collega's:

Leerlingen het eerste leerjaar twee keer laten volgen, heeft nauwelijks positieve effecten op hun verdere ontwikkeling.

Helaas voor de auteur, vind ik deze uitspraak in de presentatie die de onderzoekers gaven niet terug. Wat ik wel lees is:

In het algemeen blijkt dat zittenblijven in het eerste leerjaar mogelijk minder gunstige effecten heeft dan doorgaans wordt gedacht… Doorheen de lagere school groeien zittenblijvers uit het eerste leerjaar trager ivm leerjaargenoten met een gelijkaardige kans om te blijven zitten, waardoor ze op het einde van de lagere school minder goed presteren, minder zelfvertrouwen hebben etc. terwijl ze beter gepresteerd zouden hebben en op psychosociaal vlak gelijkaardig of zelfs beter gefunctioneerd zouden hebben, waren ze toch overgegaan naar het tweede leerjaar.

Daarenboven geven de onderzoekers aan dat verder onderzoek noodzakelijk is. In hun presentatie geven ze aan in welke richting dat onderzoek moet gebeuren. Ook hun slotconclusie is zeer genuanceerd:

Misschien moeten we zittenblijven in het eerste leerjaar als onderwijspraktijk in vraag durven stellen en op zoek gaan naar alternatieven.

Merk ook op dat het in dit onderzoek enkel gaat over overzitten van het eerste leerjaar. Het is nog maar de vraag of de resultaten van dit onderzoek naar de andere leerjaren kunnen worden geëxtrapoleerd.

Een tweede keer gaat de auteur van dit artikel kort door de bocht als hij een praktijkvoorbeeld geeft. Centraal staat volgens mij hier de uitspraak van Shakespeare:

What's in a name?
That which we call a rose.
By any other name would smell as sweet.

De vraag is immers of we het woord zittenblijven niet vervangen door eufemismen als kleuterschoolverlenging, omwegklas, opstapklas, schakelklas, ... terwijl de essentie hetzelfde blijft: het kind loopt een jaar schoolse vertraging op. Zo lees ik in het interview met juffrouw Imke Joos, de leraar van de omwegklas:

Op het einde van het jaar kijk ik samen met de zorg- en GOK-coördinator hoever mijn leerlingen staan. Afhankelijk daarvan en van hun leeftijd, doen ze het vijfde leerjaar over, gaan ze naar het zesde leerjaar of rechtstreeks naar de B-stroom. Meestal doen ze het na de omwegklas wel goed. Alle achterstand wegwerken is moeilijk, maar ze hebben hier in elk geval leren leren en hun verantwoordelijkheid leren nemen.

Let op: ik spreek me hier niet uit tegen het initiatief van deze school. Integendeel: hoed af om dit alles binnen het bestaande lesurenpakket te willen organiseren. Ik ben ervan overtuigd dat ze deze kinderen een zeer grote dienst bewijzen. Zowel op korte als op (middel)lange termijn. Maar om ze te presenteren als alternatief voor zittenblijven? Ergens suggereert de auteur van dit praktijkvoorbeeld dat leerkrachten uit een reguliere klas niet gedifferentueerd tegemoet komen aan de noden van de kinderen die in hun klas overzitten. Niets is minder waar.

Misschien was dit artikel beter de wereld ingestuurd nadat de resultaten van het nog te voeren onderzoek Zittenblijven in vraag gesteld. Een verkennende studie naar nieuwe praktijken voor Vlaanderen vanuit internationaal perspectief bekend waren gemaakt.

Nu lijken het op het einde van het schooljaar af en toe zeer bewogen oudercontacten te zullen worden...

17:40 Gepost door Lieven Coppens in Algemene informatie | Permalink | Tags: onderwijsloopbaan, schoolloopbaan, zittenblijven | |

Spreken voor de klas kun je leren

Veel mensen zijn zenuwachtig als ze een groep moeten toespreken. Dat is niet erg. Ook hier baart oefening kunst. 

Alles begint bij een goede voorbereiding van jouw spreekbeurt. Deze gebruiksaanwijzing kan je daar bij helpen.

  • Bepaal eerst wat je met jouw spreekbeurt wil bereiken:
    • Informeren? (Wat is een zonsverduistering)
    • Overtuigen? (Waarom moet je opkomen voor de rechten van de mens)
  • Baken het onderwerp af. Je moet een antwoord kunnen geven op deze vragen:
    • Over wie gaat het?
    • Over wat gaat het?
    • Wanneer?
    • Waar?
    • Waarom?
    • Wanneer?
  • Maak een plan op: wat wil je vertellen.
    • Dit plan moet je helpen om de juiste informatie op te zoeken.
    • Dit plan is het best niet te star. Soms kom je nieuwe informatie tegen die best wel interessant is.
    • Maak wel een onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Zo kan je een heldere uiteenzetting geven die niet te moeilijk is om te volgen.
  • Zoek informatie over het onderwerp op.
    • Maak gebruik van verschillende bronnen: bibliotheek, schoolboeken, kranten, het Internet. Wees wel kritisch: niet alles wat je leest in de krant of op het Internet is objectief of waar.
    • Gebruik kernwoorden om gemakkelijker te kunnen zoeken.
    • Kruid jouw uiteenzetting met voorbeelden, anecdotes en beeldmateriaal. Zo kan je de luisteraar nog beter boeien.

Als je jouw spreekbeurt moet houden, denk dan aan deze tips:

  • Haal diep adem voor je het woord neemt.
  • Denk er aan dat je iedere dag in het openbaar spreekt, zonder dat je je er van bewust bent: in de klas, thuis, bij vrienden, ...
  • Als je denkt dat het je toch niet gaat lukken, denk dan dat je iemand anders bent: een nieuwslezer, een acteur, een leraar, ...
  • Denk aan jouw houding:
    • Geef een rustige en kalme indruk.
    • Spreek duidelijk en met een zelfverzekerde stem.
    • Kijk jouw luisteraars aan: zo voelen ze zich meer aangesproken.

Bron

http://www.keepschool.com

10:00 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: basisonderwijs, hoger onderwijs, presentaties, secundair onderwijs, spreekbeurt | |

2011.05.07

Meervoudige intelligentie op school

Hoe gebruik je het concept van de Meervoudige intelligentie in het (buitengewoon) secundair onderwijs? Dit filmpje van Leraar24 toont je hoe het kan.

In de video zijn de leerlingen bezig in een project over geld om te leren rekenen. De leerlingen leren niet alleen rekenen uit een boek waarin gesproken wordt over geld, maar de leerlingen komen ook echt in aanraking met geld. Ze moeten knutselen om geld te verdienen en kunnen dingen aanschaffen met het geld dat ze verdienen. Op deze manier komen leerlingen op allerlei verschillende manieren in aanraking met rekenen waardoor rekenen voor veel leerlingen makkelijker te leren wordt. De lessen worden ook plezieriger door de variatie waarin lesstof wordt aangeboden.

10:00 Gepost door Lieven Coppens in Leren studeren | Permalink | Tags: buitengewoon onderwijs, meervoudige intelligentie, methodiek, mi, secundair onderwijs | |