2009.10.17

De kleine woordjes zijn belangrijk

Om iets goed te kunnen leren, dan moet je eerst alles begrijpen. Als je niet begrijpt wat je leert, moet je alles uit het hoofd leren. Krijg je dan een inzichtsvraag, of moet je het geleerde toepassen, dan wordt het heel moeilijk. Daarom deze tips:

Onderstreep eerst en vooral alle  woorden in de leertekst die je niet begrijpt. Zoek ze op in een goed verklarend woordenboek. Of maak gebruik van een naslagwerk. Let goed op als je gebruik maakt van het Internet. Niet alles wat je daarop vindt, is correct.

Let goed op de kleine woordjes in een tekst. Die maken vaak een wereld van verschil. Denk maar eens na over het volgende voorbeeld:

  • De figuur die je tekent moet 3 gelijke hoeken, 4 gelijke zijden en 2 diagonalen hebben.
  • De figuur die je tekent moet 3 gelijke hoeken, 4 gelijke zijden of 2 diagonalen hebben.

Ga op zoek naar woorden of tekstdelen die een of ander verband aanduiden of iets uitleggen. Dit zijn belangrijke sleutelwoorden. Bedenk nog meer sleutelwoorden bij de volgende voorbeelden:

Woorden die een toevoeging uitdrukken:

  • en
  • ook
  • eveneens
  • daarnaast
  • verder
  • vervolgens
  • daarbij
  • daarenboven
  • ...

Woorden die een gelijkwaardigheid uitdrukken:

  • evenals
  • tegelijk
  • tegelijkertijd
  • even belangrijk
  • net als
  • zoals
  • ...

Woorden die alternatieven aanduiden:

  • of
  • ofwel
  • noch
  • anders dan
  • enerzijds
  • anderzijds
  • ...

Woorden die een herhaling inhouden:

  • opnieuw
  • terug
  • met andere woorden
  • dit is
  • dit betekent
  • om te herhalen
  • ...

Woorden die een tegenstelling of verandering uitdrukken:

  • maar
  • ondanks
  • nochtans
  • althans
  • aan de andere kant
  • in de plaats van
  • eerder dan
  • hoewel
  • niettegenstaande
  • ongeacht
  • niettemin
  • hoewel
  • in tegendeel
  • omgekeerd
  • ...

Woorden die oorzaak en gevolg uitdrukken:

  • vervolgens
  • omdat
  • volgens
  • omwille van
  • om die reden
  • aangezien
  • zo
  • dus
  • daardoor
  • daarna
  • ...

Woorden die een voorwaarde inhouden:

  • op voorwaarde dat
  • als
  • voorzien dat
  • alhoewel
  • tenzij
  • indien
  • gesteld dat
  • ...

Woorden die iets benadrukken:

  • bovenal
  • belangrijk
  • inderdaad
  • zeker en vast
  • ...

Woorden die een ordening inhouden:

  • allereerst
  • tenslotte
  • ten eerste, ten tweede, ...
  • vervolgens
  • daarna
  • als laatste
  • vorig
  • volgend
  • voordat
  • nadat
  • ...

Woorden die een samenvatting inhouden:

  • omwille daarvan
  • tot slot
  • in het kort
  • om samen te vatten
  • als besluit
  • samengevat
  • ...

Zorg dat je een formule altijd juist kunt verwoorden. Enkel op die manier krijgt ze betekenis. Denk maar eens na waarover de volgende formule gaat:

  • Opp = (B x H) : 2

Pas als je alles begrijpt, mag je de tekst studieklaar maken. 

18:02 Gepost door Lieven Coppens in Efficiënt leren en studeren in de basis- en middenschool | Permalink | Tags: begrijpen, secundair onderwijs, middenschool, basisonderwijs | |

De commentaren zijn gesloten.